Vormgeving: onmisbaar onderdeel van het theater
Toneelgroep Papaver staat niet alleen bekend om haar bijzondere stuk- en regiekeuzes, maar ook om de vormgeving en de locatiekeuze van haar voorstellingen. Zo werd af en toe zelfs gekozen voor spel op buitenlocaties, zoals de Berenkuil in het Stadspark. Een bijzondere keuze, aangezien de Berenkuil toen nog bekend stond als een verzamelplek voor junkies. Ook is gespeeld in de tuin van de Heerenhof en de Kevie in Tongeren: een idyllische plek, maar vooral ideaal om in de tijd van Covid-19 de gewenste afstand te kunnen houden.
Maar meestal werd toch gespeeld in het Pesthuystheater: de plek bij uitstek om op creatieve wijze een nieuwe wereld te creëren door te spelen met decor, licht en kostuums. Natuurlijk vormen taal en spel de ruggengraat van een voorstelling, maar het toneelbeeld voegt daar een belangrijke extra laag aan toe. Het schept een sfeer, duidt een ruimte aan, schetst een tijdsbeeld, abstraheert de situatie, versterkt de interpretatie van het stuk en helpt de spelers in de rolbeleving en de mis en scène. In de loop der jaren hebben velen zich ingezet voor de vormgeving van door Papaver gespeelde stukken. De keuzes die voor een toneelbeeld werden gemaakt liepen sterk uiteen, zoals ook valt te zien aan de foto’s in dit jubileumboekje (zie verder: https://toneelgroeppapaver.nl/archief).
Sinds 2018 werkt Toneelgroep Papaver samen met Katrin Henss. Als theatervormgever maakt ze theaterdecors, rekwisieten en kostuums. Katrin werd geboren in Hannover, maar woont al sinds haar 18e in Maastricht, waar ze ook studeerde. Na haar studie werkte ze een aantal jaren als programmeur cultuur bij het bureau Studium Generale van de Universiteit Maastricht, waar ze verantwoordelijk was voor het bedenken en realiseren van culturele evenementen. Tegenwoordig is ze coördinator van de Theater Werkplaats Maastricht, die zich bezighoudt met het faciliteren en ondersteunen van de podiumkunsten in Maastricht.
(*) Katrin: vormgeving is een belangrijk onderdeel van het theater, en het kent vele aspecten en dimensies, zoals decor, licht, rekwisieten en kostuums. Vind je het ene element belangrijker dan het andere? Of gaat het je juist om het totale toneelbeeld?
“Het gaat altijd om het totaalbeeld. Toneel maak je samen. De tekst, de spelers, de regie, de vormgeving, het geluid en het licht: dat alles wordt op elkaar gestapeld en in de oven geschoven. Het een kan niet zonder het ander; je beïnvloedt elkaar en bent van elkaar afhankelijk. Als ik jou een mobiele telefoon in handen geef of juist een ouderwetse telefoon met een draaischijf: het beïnvloedt je spel. Als ik je op een hoge stoel zet of op een lage stoel: het beïnvloedt je spel. Regie, vormgeving en spel zijn allemaal met elkaar verboden. Dat is wat theater zo mooi maakt: je maakt het samen, je vult elkaar aan en je versterkt elkaar. Het is een Gesamtkunstwerk.”
(*) Werk je liever uitbundig of juist verstild?
“Dat hangt ervan af. In mijn vrije werk als kunstenaar gaat het om mij en om mijn interpretatie, dan kan ik mezelf helemaal laten zien. Maar bij theater gaat het erom wat het stuk nodig heeft en wat de regisseur ziet en wil. Samen beslis je wat het stuk nodig heeft om het sterker te maken; samen ben je gedienstig aan het geheel”.
(*) Bij de vormgeving van een stuk is de samenwerking en interactie tussen vormgever en regisseur essentieel. Wil je in de vormgeving graag je eigen ideeën over een stuk laten doorklinken, of volg je de opvattingen van de regisseur?
“Ik volg nooit; je werkt altijd samen. Regie is even belangrijk als vormgeving, want zonder vormgeving heb je geen toneelbeeld. Ik lees eerst het stuk en krijg daarbij een beeld. De regisseur doet hetzelfde, en vervolgens bespreken we dat. Daarbij houden we altijd in het achterhoofd wat de mogelijkheden en beperkingen zijn van het theater, de spelers en ook het budget. We beginnen altijd met ons ideaalbeeld, en dat bespreken we in alle openheid met elkaar. Het is heel belangrijk dat je elkaar vertrouwt en waardeert, en dat je alles eerlijk tegen elkaar kunt zeggen. Ik werk al jaren heel erg prettig samen met Mieneke. We vertrouwen elkaar en zijn elkaars klankbord. Dat is heel belangrijk in het maakproces. Soms hebben we felle discussies met elkaar, maar het wordt nooit persoonlijk. We weten allebei dat we steeds het beste eindproduct voor ogen hebben”.
(*) Je hebt gewerkt met verschillende regisseurs, hetgeen leidde tot verschillende keuzes met betrekking tot de vormgeving. Zo werd voor ‘Restauratie 3e klasse’ (regie: Hanneke Som en Dönci Bánki) het hele Pesthuys aangekleed en werd voor ‘Jean-Paul´s feestje’ (Jelle Stiphout) een buitenlocatie gevonden. Daarentegen werd in ‘Zo gaan die dingen’ en ’Dieven’ (beide Mieneke Bakker) de speelvloer vrij leeg gehouden. Kun je iets vertellen over de manier waarop het toneelbeeld tot stand komt?
“In het algemeen geldt: hoe meer ruimte je door de regisseur wordt gegeven, hoe meer je als vormgever je eigen gang kunt gaan. Iedereen heeft zijn eigen stijl, zowel regisseurs als ook vormgevers. Hoe ouder ik word, hoe meer ik me bewust wordt van mijn eigen stijl, mijn ‘handtekening’. Als je mij mijn gang laat gaan, dan werk ik vrij ruw. Ik vind het prettig als het beeld dat je ziet iets veroorzaakt bij de kijker; dat het een beetje schuurt en je tot denken aanzet. ‘Jean-Paul’s feestje’ was vrij abstract en surrealistisch vormgegeven, compleet met maskers en trucages. Mieneke werkt juist heel minimalistisch. Ze heeft veel aandacht voor de tekst en de spelintentie. Daarnaast houdt ze van een sobere ruimte, strak licht en heldere kaders, hetgeen een heel gestileerd toneelbeeld oplevert. Het stuk wordt door haar heel nauwkeurig gefinetuned en gemodelleerd, tot een punt waarop decors en kostuums zelfs in de weg kunnen gaan zitten. Werken met Mieneke komt neer op strippen tot de essentie. Die Kunst der Einfachheit ist mehr als einfache Verführung”.
(*) In een interview in D’n Observant zei je ooit: ‘Ik ben een cultuurmeisje. Ik zou daarom graag naar Amsterdam willen, en bijvoorbeeld programmeur worden bij Paradiso. Maar in Maastricht heb ik het gevoel dat ik iets kan toevoegen, dat de stad me meer nodig heeft.’ Kun je zeggen wat je in de loop der jaren hebt toegevoegd aan het culturele leven van de stad?
“Oh, heel veel. Nadat ik was gestopt bij Studium Generale heb ik een aantal jaren vier dagen per week gewerkt als manager in de muziekindustrie Amsterdam, terwijl ik nog in Maastricht woonde. Aanvankelijk vond ik dat ik ‘the best of both worlds’ had, totdat ik er klaar mee was het product van anderen te promoten. Ik wilde zèlf creëren. Toen ben ik met mijn eigen bedrijf Nightscapes Productions begonnen met het organiseren van culturele ontdekkingstochten door de nacht, de Nightscapes Sessies. Op diverse plekken in de stad – die normaal niet toegankelijk waren, zoals de Lage Fronten, de gashouder, de grotten of Fort St. Pieter – ontmoette je dan een dichter, een danser, een performer of een singer-songwriter. Deze Nightscapes Sessions groeiden uit tot het Secret Places Festival. Het was een groot succes, en ik heb er zelfs de kunstinnovatie- en participatieprijs mee gewonnen. In 2016 besloot ik te stoppen met het festival. Daarna ben ik me gaan focussen op theatervormgeving en het maken van theater. Ik had al heel veel decors en rekwisieten verzameld in mijn atelier, waar ook een repetitieruimte was. Veel gezelschappen maakten daarvan gebruik, zodat mijn atelier zich geleidelijk ontwikkelde tot een theaterwerkplaats. En zo ontstond het idee van de Theater Werkplaats Maastricht”.
(*) Daarover gaat mijn slotvraag. In een interview met de Nieuwe Ster liet je onlangs een hartenkreet horen met betrekking tot de Theater Werkplaats, die nu is gevestigd in ENCI (AINSI). Je zei: ‘Zorg dat deze plek kan blijven bestaan, dat deze plek mag bestaan en dat deze plek ook gesteund en gedragen wordt’. Heb je er vertrouwen in dat dat ook gebeurt?
“Dat interview dateert van meer dan een jaar geleden. Inmiddels is de Theater Werkplaats Maastricht ondergebracht in een stichting met een bestuur en statuten. Ik beschouw de Werkplaats als een schatkamer en als een Spielplatz: we beschikken hier over veel kostuums en rekwisieten en we hebben een groot netwerk van mensen met uiteenlopende kennis en expertise. Hier in de Werkplaats wordt gewerkt aan zowel amateurprojecten als aan professionele podiumprojecten. Maar we zijn nog steeds niet waar we moeten zijn. Ik zou graag zien dat de gemeente de Theater Werkplaats structureel ondersteunt. Hoe dan ook: we gaan op zaterdag 10 oktober 2026 officieel onze opening vieren!”